Nieuwsbericht toevoegen Agenda-item toevoegen

Drs Hoekstra 'de verheerlijking op de berg'

Geschreven op

Op zondag, 13 maart jl., ging ambulant predikant voor in De Ringvaartkerk in Nieuwerkerk a/d IJssel en sprak over het thema de verheerlijking op de berg aan de hand van Exodus 34:27-35  Lukas 9:28-36.

We zijn op weg naar Pasen. Maar voorafgaande aan de opstanding is daar eerst het kruis – de dood. Door de gebeurtenissen in de wereld worden we nu juist bij dit laatste sterk bepaald – moord en doodslag op een schaal die velen van ons nog nooit zo dichtbij hebben meegemaakt. De waanzin van de oorlog komt in alle opzichten dichtbij. De afgelopen twee weken heb ik zelf al van sommigen van u gehoord hoe de eigen ervaringen van onder meer de bombardementen op Rotterdam weer naar boven kwamen. De oorlog komt in alle opzichten dichtbij. De eerste groepen vluchtelingen uit Oekraïne zijn immers al aangekomen en ook hier in Nieuwerkerk worden de voorbereidingen getroffen. Het is niet uitgesloten dat sommigen van hen op korte termijn hun weg naar onze kerk hier vinden. Laten we hen in liefde ontvangen. Laat de Zaligsprekingen ons hart aanspreken. We lijken ons wel weer op een kantelpunt in de geschiedenis te bevinden. En welke kant het uit valt – daarvan hebben we nog geen idee.

Het voelt ook bijna surreëel om vandaag te horen over ‘de verheerlijking op de berg’. En tóch is het júist nu goed om ook bij deze woorden uit het Evangelie stil te staan. Het lijden aan het kruis ligt nog vóór onze Heer – vóór ons. Maar wat hier gebeurt in het Evangelie is een voorsmaak op dat wat stráks komt. De trouw van God aan ons als mensen wordt hier bevestigd. Het is een moment van hoop. Ik hoorde de afgelopen week één van de leiders in Oekraïne zeggen: ‘De hoop is het laatste dat sterft’. Als de hoop er niet meer is, dan is er niets meer. De ‘verheerlijking op de berg’ mag ons hoop geven. Hoop op het Koninkrijk van God; hoop op de toekomst. Voor onze kinderen, maar ook voor de kinderen van Oekraïne.

Zonet gebruikte ik het woord ‘kantelpunt’. In het Lukas-Evangelie is de ‘verheerlijking op de berg’ ook een kantelpunt. In zekere zin is dat ook wat er hier bij onze Heer Jezus aan de hand is. Jezus' tijd in Galilea zit er óp, als we de opbouw van het Lukas-Evangelie volgen. Bij Lukas zien we een tweedeling: Het eerste gedeelte speelt zich af in Galilea - Noord-Israël - en de tweede helft in Júdea - zuidelijk Israël - met Jeruzalem als het centrum. En juist die overgang van Gálilea naar Júdea is bij Lukas het moment van Jezus' verheerlijking op de berg’.

Jezus is tot dit moment rondgegaan; Hij heeft gepreekt en wonderen gedaan; Hij heeft mensen genezen en laatst nog dúizenden mensen door een wonder te eten gegeven. Maar er zijn ook al mensen báng voor Jezus "Wie ís deze man!? Is Hij een bedreiging voor ons systeem?" Verschillende mensen hebben ruzie gezocht met Jezus en Zijn éigen dórpsgenoten wilden Hem al van de bérg afgooien! Jezus zoekt nu de stilte, de rust. Nét zoals Hij eerder de woestíjn introk. Daar, in de stilte zoekt Hij kracht - bij Gód. "Petrus, ga je met me mee de berg op? Ik wil tot God onze Vader bidden." - "Johannes en Jakobus! Komen jullie ook?!"

Wordt u ook wel móe als u bidt? Als u met God praat? Nee, ik bedoel niet het gebed voor het eten, maar echt spréken met God. Práten en lúisteren. Nou, Jezus blijkt ónvermoeibaar in het gebed. Ja, stérker: Zíjn accu wordt weer ópgeladen! Jezus kan dóór het gebed weer vérder. Toch hoeven wij ons niet te schamen als we niet zo krachtig zijn in het gebed. De drie discipelen - Petrus, Johannes en Jacobus - zij zijn door Jezus Zélf geroepen: Maar, onder het gebed valt de één na de ander in slaap. Als goede Joden weten zij écht wel wat het gebed betekent. Maar deze discipelen zijn geen gebeds-tijgers - het zijn geen mensen die stérk zijn in hun gebeden. Zij leren in de eerste plaats van deze bijzondere mens Jézus. Jezus, die hun rabbi - hun leraar is.

Doordat de discipelen in slaap vallen onder hun gebed, missen ze het grootste deel van deze wonderlijke ontmoeting. Het hele gesprek tussen Jezus en Mozes en Elia is hen ontgáan! Het gewéldige wónder gebéurt voor hun ogen, maar die ogen zijn dícht! De drie discipelen waren speciaal door Jezus méégevraagd en zij míssen het wónder! Maar God is héel genádig. Vóór het einde van de bijeenkomst worden de discipelen wakker. En hóe ze in deze mannen nu Mozes en Elia herkennen, dat wordt ons niet verteld. Ik denk dat daar niet ééns een wonder voor nódig is: Vraag een kleuter bij een plaat uit de kinderbijbel wie dat is op de tekening en negen van de tien keer zullen ze het zó vertellen. "Dat is de Heer Jezus, dat zie je aan Zijn jas. En dat is Józef, die heeft zó'n jas. En dát - dat is Pétrus, dat zie je aan zijn haar en z'n baard." U herkent dat vást wel. En de leerlingen van Jezus de Messias zijn van kind af aan bij de Bijbelse verhalen bepáald geweest! Ze wísten dus wie ze voor zich hadden.

Nee, God is genadig: De discipelen zien het wonder nog voor hun ópen ogen. En het is ook belángrijk dat ze het zien. Deze Joodse mannen moeten heel goed weten waar rabbi Jezus stáát. En dat zíen deze Joodse discipelen dan ook: Jezus staat als de Messias van Israël tússen Mozes en Elia in. Zoals gewoonlijk staat het niet voor niks in de Bijbel. Het zijn ook niet toevállig Mozes en Elia. We hebben gelezen van Elia. De profeet is nooit gestorven. Elia is áfgehaald. God nam Elia óp. Mózes is gestorven, maar wel in afzondering. God Zélf heeft Mozes begraven en - staat er dan bij - Mozes' graf werd nooit gevonden. De Joodse traditie kent daar práchtige verhalen van. De gróótsten van Israël lieten vaak geen graf achter. Daarom kon ook niemand daar heilige plaatsen van maken.

Mozes en Elia hebben te maken met de hóóp van Israël - de verwachting van de Messías. Eérst komen Mozes en Elia en dán komt de Messias. Maar Mozes en Elia betekenen méér. Mozes en Elia betekenen de Bíjbel van Israël. De eerste vijf boeken in ons Oude Testament worden de boeken van Mozes genoemd. En Elía staat voor de Proféten. En Jezus staat daar tússen hen in.

Jezus wordt bemoedigd: "Ik ben op de goede weg. Het is een hele zware weg, maar wel de góede." En - in alle nuchterheid - Jezus kan Zijn verháál ook kwijt. Hij is immers óok een vertwijfeld mens. In díe zin een gewoon mens, net als Zijn leerlingen, net als wíj. Later - in Getsemane - horen we de twijfel van Jezus heel duidelijk terug. Maar met Mozes en Elia kan Jezus létterlijk overléggen. En Hij vóelt die verheerlijking. Uit deze ontmoeting put Jezus de kracht om die moeilijke weg zo meteen te gaan.

Mozes en Elia staan voor Gods weg met Israël. Rabbi Jezus blijft héél dícht bij de Joodse traditie. Nee, dat is niet voldoende: Jezus staat daar mídden in! Jezus gaat níet om het geloof van Israël heen. Gód heeft Zich daar immers mee verbonden!

Zoals Jezus getroost wordt door de traditie - daar stáán Mozes en Elia - de Wet en de Profeten immers voor! Zo kunnen wij óók door de traditie getroost worden, júist op de momenten, dat het moeilijk is in ons leven. Als we vermoeid zijn en eigenlijk al méér dan genoeg hebben gehad - als we er doorhéén zijn. Onze geloofsachtergrond kan ons dan tróosten en kan ook relativerend werken: "Ach, er is inderdáád niets nieuws onder de zon."

Petrus zal al lang spijt hebben, dat hij in slaap gevallen was. Hij dóet nog een poging om het goed te maken. Maar Lukas geeft al aan, dat het niet een béste was: "Hij wist niet wat hij zei - hij wist niet waar hij over praatte." Nee, Petrus maakt niet een béste beurt. Maar - en dat is heel belangrijk - Petrus is wél oprécht! Wat hij wil, is het wonder vásthouden. "We maken wel een paar ténten, dan kunnen Mozes en Elia hier bíj ons blijven!" Nee, zo wérkt het niet. Maar áls we die momenten van een wonder zíen, dan willen we dat ook vásthouden. Dat is dan ook een echte tóp-ervaring. We zitten dan op een bergtop in het geloof. En we kunnen weer úitblazen en opníeuw ópgeladen worden. Maar ná deze verheerlijking op de berg - na deze top-ervaring moeten Jezus en zijn leerlingen weer afdalen. Terúg naar de drukte en spanning. Op weg naar Jeruzalem - de moeilijke weg voor Jezus naar Zijn 'Exodus'- zo staat het er in het Grieks ook -, Jezus' uitgang dóór de dood. Nee, het wonder ís niet vast te houden. Het is een voorúitgrijpen. Een momént van tróost en móed.

Gemeente van onze Heer. Bij die poging van Petrus om deze hemels getuigen nog een onderdak te bieden moest ik zelf deze week toch denken aan de miljoenen vluchtelingen aan onze voordeur. De verheerlijking op de berg en de Bergrede liggen inderdaad in elkaars verlengde. Laten we ook denken aan die eerste letter van de Hebreeuwse Bijbel. Weet u het nog? De letter ‘Beth’. Daar begint de Bijbel mee. Een veilig huis voor de mens, met een bodem, een dak en een muur naar de chaos. Dat is wat we elkaar te bieden hebben.

En voor onszelf?! Ook wij zijn op weg naar Pasen – de overwinning op het land van dood en slavernij. Het kruis gaat daaraan vooraf, maar vandaag mogen we misschien al iets proeven van dat wat er staat te komen. De Heer zegene ons allen.

 

Naar het overzicht