Nieuwsbericht toevoegen Agenda-item toevoegen

Ds. Hoekstra 'De intocht in Jeruzalem'

Geschreven op

Op zondag, 10 april jl., ging ambulant predikant Hoekstra voor in De Ringvaartkerk in Nieuwerkerk a/d IJssel en sprak over de intocht van Jezus naar aanleiding van Lucas 19.

Vandaag hebben we eigenlijk een féestelijke dienst! En tóch voelt het dubbel. Gelukkig vallen hier bij ons geen bommen, maar aan de effecten van de oorlog van Poetin in Oekraïne ontkomt niemand hier meer! Er zijn vluchtelingen in ons midden; economisch merkt ieder van ons de gevolgen van oorlog en we weten dat het allemaal nog niet voorbij is. Deze week zagen we de beelden van Boetsja -1½ keer zo groot als Nieuwerkerk. Boetsja als één van de meest macabere getuigenissen van de oorlog tot nu toe. 25 kilometer van Kyiv.

Bij het lezen van onze Evangelie-lezing kon ikzelf niet anders dan te denken aan de tranen van Jezus hier. Hij zag de vernietiging van Jeruzalem al vóór Zijn ogen gebeuren – één generatie later. Het betekende de verstrooiing van Zijn eigen volk over de hele wereld. Jezus zag de massamoorden op kinderen, op vrouwen en mannen, op oude mensen. Vandaag kan ik het niet los zien van wat in 2022 gebeurt in Oekraïne.

Jeruzalem juicht en de Messias huilt - om datzelfde Jeruzalem. Het is Palmzondag. De dag van dat dubbele gevoel. Einde­lijk – de Profeten van Israël spreken er al vele eeuwen over! – eindelijk komt de Messias van Israël  hier aan - Góds Gezálfde. Jezus de Messias komt Jeruzalem als de Koning binnen. Maar het plaatje is nog onaf. Het ís nog niet zover. Er is wel een moment van succes. Er ís iets ge­haald. Maar er is nog zoveel dat niet klópt.

Ja, de verlossing staat er aan te komen. En het is zéker dát de verlossing komt. Het zal ook niet lang meer duren. Maar het ís nog niet zover! De verlossing kómt, maar op Palmzondag is het geforceerd. De rode loper ligt op deze zondag uit, maar het wordt een geforceerde mars. Er moet nog een heel eind worden afgelegd. Het wordt een zware tocht de komende week. Daarvan zullen wij zelf in de Stille Wek getuige zijn.

En dan zal Pásen komen - Pesach: De bevrijding van het Joodse volk uit de slavernij van Egypte. De verlossing van het slavenleven, dat direct moordend was. Denk maar aan de geboorte van Mozes. Alle Joodse jongetjes moesten om het leven worden gebracht. En Pasen - waar Jezus uit de dood opgewekt wordt - Pasen waar de dood overwonnen wordt. Opnieuw verlossing. Maar we lopen op de feiten vooruit. Er zal nog heel wat gebeu­ren voor het zover is. Het is de tíjd nog niet.

Palmpasen is een dag van dubbelheid. En mis­schien de enige die het ziet is Jezus. Of zijn er toch ook nog anderen die inzien wat er nog moet komen? Wie vraagt zich daar in Jeruzalem af of een ezelsveulen nu écht een rijdier voor de Messias-Koning is. Stuur je nu als gemeente Jeruzalem echt een vrachtauto van gemeentewerken voor de koning?! Of stuur je tóch een limousi­ne? Wat mij betreft sturen we de ambtsauto-met-chauffeur van de burge­meester. De gast schi­jnt  immers belangrijk genóeg te zijn! Maar een ezel?! Een lástdier?! Nee, dat is toch merkwaar­dig?! Het klópt niet. En dan dat Jezus húilt?! Het zijn zeker geen tranen van vreugdevolle ontroering. Nee, het is rouw…

We zíjn er nog niet. De rode loper wordt als het ware uitge­rold. En het is écht geméénd! Maar onwillekeurig kijken we al vooruit naar de gevangenne­ming van Jezus, waarna de Romeinse soldaten Hem tot "koning" zullen kronen. En we denken aan dat bord aan het kruis: "de Koning der Joden". Het ís wáár. Maar het vóelt allemaal nog zo dubbel. Dat ís het dan ook. Immers de Romeinen menen er niets van. Integendeel, deze Romeinse soldaten vernéderen Jezus. Trouwens ook het volk van Israël willen ze hiermee vernederen. ‘Moet je nou eens kijken wat voor koning jullie hebben!’ klinkt het smalend uit hun mond. Ik hoor Poetin hier nog eens doorheen blaten met zijn ‘de-nazi-ficatie’. De Joodse president van Oekraïne – een groot deel van zijn familie is vermoord door Hitler-Duitsland – zijn grootvader een verzetsheld tégen de nazi’s. En Poetin zet hem neer als een nazileider!

Ik probeer te begrijpen waarom wij Jezus in het Evangelie in het gelaat mogen aankijken en zien dat Hij huilt. Misschien júist hierom zien wij de Zoon van God in tranen – daarom zíen wij dit. Als namelijk de mens God tegenkomt wordt hij overweldigd. God is te groot. Waarom immers mag Mozes God op de berg Sinaï niet zien? Waarom mag de Profeet Elia God niet in het gezicht zien? Ik heb hierover veel verklaringen gehoord. Ach, en ze zijn allemaal vast wel op één of andere manier wáár. Maar de meest wáarde­volle vind ik deze: Als wij God in het gezicht zouden kijken, dan zouden we álle lijden van de wéreld zien. Want alle lijden van de wereld is in Gods gelaat getekend. En als we dát zouden zien, dan zouden we het niet overleven.

Gemeente, wij voelen ons zo machteloos in deze dagen. Angst bekruipt ons misschien. Wat gaat er daar gebeuren?! Oekraïne is immers zo dichtbij. Wat kan er ook hier gebeuren?! Jezus, de Koning - Koning van Gods Koninkrijk. Jezus weent. Hij húilt - om het lijden van Jeruzalem en vandaag om Boetsja en Marioepol. Om de straten, waar het leven is verdwenen. Om de pleinen, waar geen kinderen meer spelen. Hier bij Lukas kunnen we Jézus in Zijn gelaat zien. De naakte waarheid van God kunnen we niet verdragen. Maar de Koning op het ezels­veulen kunnen we in het aangezicht kijken. Als het góed is worden we geráakt. Maar niet verníetigd. En Jezus - Jezus húilt!

Maar Jezus huilt niet alleen om het grote verdriet over de hele wereld. God lijkt vaak zo ver weg te zijn. Zeker in het verdriet van mijn eigen leven. Ik hoor ook in het pastoraat nog wel eens: ‘Nou ja, als je dit grote leed in de wereld ziet, dan is mijn verdriet toch maar klein.’ Maar juist dát is wel jouw – dat is uw – dat is mijn verdriet! Als ik dicht genoeg bij Jezus kom en Zijn tranen in Zijn ogen benader – dan zie ik de spiegeling van mijn eigen verdriet in die tranen. Jezus lijdt om mijn verdriet en pijn! Ook van dat wat soms al zo lang geleden lijkt.

Soms wordt ook dat immers weer los geroepen, maar iedere keer wordt het zo dan misschien toch verzacht - het wordt milder. God in het Aangezicht zien zou onverdraaglijk zijn, zo leert de Bijbel ons vaker. Het is te groot, te massief. Maar in het ‘medelijden’ – in het mee-lijden van Jezus wordt ik – wordt jij – wordt u gekend. Daarom raken hier de tranen van de Heiland mij zo.

Gemeente - geloven in deze God is geen berusting. Dat is wat ons vaak verteld is, misschien. Maar geloven in de God van Israël is geen aanvaarding van het lot. Integendeel: De heidenen - alle heidendom gelooft in het lot - het noodlot. Maar als wíj dát aanvaarden, dan is dat heidens! Nee, geloven in de God van Israël en geloven in Zijn Messias, dat is níet-akkoord-gaan. Jezus zal in de komende week níet berústen. Jezus huilt van­daag nog om Jeruzalem. Maar in de komende week vallen de beslis­singen. Dóór de dood heen - maar Jezus aanvaardt zélfs de dood niet blijvend. En God - God de Vader - bleef niet aan de kant staan. God is midden in het leven - én midden in de dood ingetreden. Als we het noodlot in deze wereld níet aan­vaarden, dan doen we dat omdat we gelóven. We geloven in Gód en Zijn Messias! En we hebben een adrés!

"Blijde Boodschap", dat betekent Evangelie immers. "De Blijde Boodschap van Jezus Christus - Góds Gezalfde - de Messías". We hebben bíjna het gevoel, dat er voor deze dag geen vreugde overblijft. Heel Jeruzalem juicht over de Messias. "Hij is gekomen! De Messias - de Kóning ís er! Prijs God!" Heel Jeru­zalem juicht om Jezus, maar Jezus húilt om Jeruzalem.... Het voelt nog steeds zo dubbel.

Jezus komt op een ezeltje en Hij huilt. Het doel is nog niet bereikt. Maar tegelijkertijd blijkt, dat de Blijde Boodschap niet meer te keren is! Het Koninkrijk van God valt niet meer tegen te houden! Als Jezus daar achter de Olijfberg tevoor­schijn komt, dan roept de héle menigte! Er zijn nog maar enkele kritische geluiden. Enkele farizeeërs komen nog bij Jezus: "Hou die discipelen van je toch stíl!" Nee, het Konink­rijk van God met Jezus als de Koning is op geen énkele manier meer tegen te houden. Het is niet meer te stoppen!

De week die vóór Jezus ligt is een zeer zware. Nú komt het aan op beslis­singen. Het "laat deze beker aan Mij voorbijgaan" in de hof van Getsémane. Het zich vrijwillig in handen geven van de vijand. Het vrijwillig afleggen van Zijn leven. Het - voor het eerst - afzien van contact met de Vader. Maar het Konink­rijk is niet meer te stuiten!

Gods Rijk kómt plótseling. En het komt in de nacht. In de Egyptische duisternis. Het volk moet staan­de eten. Israël moet direct op weg kunnen. En het komt als de lucht verduistert bij de kruisiging. Maar tégen te houden...!? Nee, dát zit er niet meer in.

Naar het overzicht