Nieuwsbericht toevoegen Agenda-item toevoegen

Ds. Hoekstra ‘de onderhouden hof’

Geschreven op

Op zondag, 17 april jl., ging ambulant predikant Hoekstra voor in De Ringvaartkerk in Nieuwerkerk a/d IJssel en sprak over de onderhouden hof naar aanleiding van Genesis 2:4b-25  en  Johannes 20:1-18..

Vandaag vieren wij het Leven! Leven met een hoofdletter ‘L’. Het is Pasen! De Heer is waarlijk opgestaan! roepen we elkaar toe. We spelen daarin geen toneel. Zelfs al kunnen we niet precies uitleggen wat daar gebeurde – de hoop – dat geloof bepaalt ons bestaan! Wij leven te midden van wonderen – leven dat vernieuwd wordt. Misschien ons eigen leven. Met Pasen werd het volk Israël uitgeleid uit het land van dood en slavernij – uit Egypte. Met Pasen stond onze Heer Jezus Christus op uit het donker-duistere-doodsgraf – om leven te geven!  En ook vandaag de dag kunnen zoveel mensen getuigen dat zij zelf bij de helsdeuren weggesleept zijn om in het leven gesteld te worden. Een nieuw leven. Alsof je opnieuw geboren bent – alsof je opnieuw mag beginnen. Misschien hebben wij dat zelf wel zo ervaren.

Bent u trouwens bekend met Google-Earth? Dat zit ongeveer achter Google-Maps, dat ons helpt bij de navigatie in de auto. Ja, dat gaat via het internet, natuurlijk. Maar steeds meer plekken op deze wereld kun je van heel dichtbij en heel nauwkeurig bekijken. Nee, naar het Paradijs zult u tevergeefs zoeken daar. Maar als je dat begin van de Bijbel leest, zoals we vandaag deden – dan krijg je het gevoel dat je inzoomt met Google-Earth. Van heel ver weg – het grote landschap met de rivieren overziend – tot je er bijna letterlijk rondloopt. Ja, je kunt tegenwoordig vaak tot op straatniveau afdalen en bij de mensen naar binnen kijken. Zo zien we de oneindig grote Schepper van hemel en aarde neerdalen in die Hof van Eden. De Eeuwige wandelt in de tuin waar twee mensen zich verstopt hebben. De man en de vrouw – ze luisteren naar het gaan van Zijn voetstappen. Ze horen misschien hoe God een tak afbreekt die het evenwicht in de tuin verstoort en zij denken er het hunne van. Ja, de Schepper van al die grootsheid is tegelijk de tuinman – God zorgt voor de tuin, en dat is precies de opdracht die Hij aan de mens had gegeven.

‘Mens, waar ben je?!’ klinkt Gods roep door het geschonden Paradijs. ‘Adaam!’ – Adaam, dat betekent mens. God roept: ‘Mens, Ik zoek je – ik ben je kwijtgeraakt!’ Veel later in de tijd loopt er een vrouw in die andere tuin. Daar - in Jeruzalem. Dat ze niet verrast wordt door haar blik op die engelen! Dat is raar toch?! Maar haar blik op de wonderlijke werkelijkheid wordt zo vertroebeld door haar tranen dat ze de wonderen om haar heen niet herkent. Ze ziet enkel de lege plek. En als Maria zich wegdraait van die wonderlijke figuren – blijkbaar zonder zich ook maar af te vragen waarom hier zelfs ook maar iemand is! – Als zij zich wegdraait dan ziet ze … de tuinman. Ik denk dat Maria gewoon niet geloofd heeft wat ze met haar ogen zag – of dus eigenlijk niet zag. En in die hoedanigheid spreekt Maria hem ook aan: ‘Tuinman, waar heb je zijn lichaam gelaten?!’ Dagelijks trok ze met Jezus op, die laatste jaren! En ze herkent haar Heer niet. Niets wonderlijks ziet ze. Haar tranen en verdriet bepalen haar hele verstaan van de werkelijkheid – de werkelijkheid die zich daar in die tuin bij dat lege graf voordoet.

Gemeente, wij leven tussen wonderen. Voor wie de wonderen wil zien. Maar vaak lijken we er over te struikelen en we hebben er geen oog voor. We zien de wonderen gewoonweg niet! Het zijn de tranen, ons verdriet, onze twijfels en mislukkingen die ons beeld bepalen. We zijn lamgeslagen, met stomheid geslagen en verblind – te verblind om het wonder nog te kunnen zien! Maar Pasen is niet een feest van dwang of verplichtingen! Pasen is niet het feest waarop u moet loskomen van al uw pijn en verdriet. Niets moet. De engelen dwingen Maria niet tot een ander inzicht. Net als de Heer vragen ook de engelen: ‘Waarom huil je?’ Het is geen verwijt, maar een uitnodiging. Een uitnodiging om het eerst maar eens te vertellen. Ook voor engelen geldt het credo: ‘Eerst begrijpen, dan begrepen worden.’ Zelfs een engel moet beginnen met luisteren. En als een engel – als de Heer zelf daar al mee begint wat zegt ons dat dan? ‘Vertel me eerst eens: Waarom huil je?’

Hoe vaak beginnen wij zelf bij mensen met hen te troosten voordat wij vragen waarom die ander huilt?! ‘Eh ja, maar ik weet toch wat die ander overkomen is?! Ik weet toch wel wat er aan de hand is?’ Ja, Jezus weet dat natuurlijk ook wel. En toch begint de Heer zelf met de vraag: ‘Waarom huil je?’ Blijkbaar is het belangrijk dat deze vrouw eerst bij haar eigen verdriet komt. Dat kan zelfs Messias Jezus niet voor haar invullen. Maar als zij haar verdriet benoemt – als zij het een richting geeft – als Maria aangeeft dat zij haar Heer kwijt is – dan staat het antwoord letterlijk voor haar neus. Ook zij was – ja, ongelooflijk – ook zij was gestruikeld over de wonderen om haar heen. En ze zag het niet! ‘Maria!’ Klinkt er een verwijt door in Jezus uitroep? ‘Maria.’ Is het met een hoofdschuddend gebaar? Ik beluister er liever bewogenheid in. Of zelfs liefde. In ieder geval schudt het horen van haar naam Maria wakker uit haar diepe verdoving van verdriet. In één keer dringt het nu tot haar door: ‘Rabboeni! – Mijn meester – mijn Heer!’

In de tuin wordt Maria bij haar naam geroepen. Maria wordt tot leven geroepen. Ze krijgt oog voor de wonderen om haar heen. Nu kan ook zij verder met haar leven. Zelfs al krijgt ze te horen dat ze haar Heer wel los moet laten. Maar nu is het anders! De wereld is nu een andere plaats, nu deze vrouw met andere ogen de wereld inkijkt! Hoe wij de wereld bekijken maakt de wereld dus tot een andere werkelijkheid. Kunnen wij ons er iets bij voorstellen hoe bepalend dit is?! En dan in die andere tuin? In het Paradijs blijkt dat de andere tuinman op zoek is naar de mens – een man en een vrouw. Die andere tuinman is God zelf. De Schepper van hemel en aarde zoekt Zijn tegenover. God zoekt de mens die zich verbergt vanuit zijn schuldgevoel. De mens die zich verstopt om zijn mislukkingen, zijn falen. De mens die niet meer in beeld wil zijn om het niet verder te verknallen. God zoekt de mens om die kapotte relatie te herstellen. Niet om het allemaal even gemakkelijk weg te vlakken. God weet immers dat de mens dat niet meer zou kunnen! Als jij als mens weet hebt van falen en mislukken – dan kun je niet meer terug. Dan ben je aan de onschuld voorbij. En die kinderlijke onschuld – dat ongeschonden vertrouwen - dat komt niet meer terug. Dan is er maar één weg: En dat is overwinnen. De mens zal moeten leren zijn angst om te falen te overwinnen.

God komt hier de mens tegemoet. Met Pasen vieren we dat Messias Jezus nu werkelijk onze Heer is. Hij die door de dood het leven weer op zich heeft genomen. Hij leeft! klinkt er daarom vandaag en alle dagen. Maar vandaag horen we dat de naam genoemd wordt: ‘Adaam – mens, waar ben je?’ ‘Waarom huil je? – Maria!’ De mens die bij de naam geroepen wordt door die Heer – die mens wordt blijkbaar tot leven geroepen! Tot werkelijk leven. Geroepen tot nieuw leven. Gemeente, weet dat met dit Paasfeest ook uw naam genoemd mag worden. Dat het ook voor u – voor ons – een feest van herkenning – een feest van verlossing mag zijn. Verlossing van ons verdriet, van tranen, van mislukking, van teleurstelling, van frustratie, van angst. De eerste mens moest de wereld in, zonder de onschuld van een Paradijs; Maria zou haar Heer moeten loslaten. Maar zij deelde met haar Heer het nieuwe leven. Dat wens ik u ook met dit Pasen toe.

Naar het overzicht