Nieuwsbericht toevoegen Agenda-item toevoegen

Ds. Hoekstra ‘Jezus doop – de beste dingen worden zacht gezegd’

Geschreven op

Op de 2e Zondag van Epifanieging ambulant predikant ds. Hoekstra voor in De Ringvaartkerk in Nieuwerkerk a/d IJssel en sprak over Jezus doop aan de hand van Jesaja 42:1-7 en Matteüs 3:13-17. Johannes de Doper roept luid op tot een bekering - een ommekeer! ‘Het moet anders in deze wereld! Op deze manier gaan we allemaal onze ondergang tegemoet! De bijl ligt al aan de wortel!’ En deze stem klinkt boven al het andere uit. Maar, de beste dingen worden zacht gezegd…

De béste dingen worden zacht gezegd. Soms is het nodig om de boodschap van de daken te schreeuwen. Maar dat betekent dat er al zóveel rumoer is - rumoer dat het goede geluid steeds overstemt. Maar de béste dingen worden zácht gezegd. Vaak worden juist díe woorden het bést gehoord en voor altijd onthouden.

Welke woorden zijn óns met zachte stem toegesproken? ‘Ik hou van je’? Toen - voor die eerste keer. Of: ‘Het geeft niet, ik ben bij je.’ Of zijn het de woorden van tóen - toen we ze nog niet eens begrepen. Maar de troostende klank van de moederstem heeft wortel geschoten in de diepste lagen van ons zélf. De béste dingen worden zácht gezegd.

Valt het u wel eens op dat de reclame op de TV altijd hárder staat dan de film die u wilde zien? Ja, dat is ópzet. We dachten misschien dat we de afgelopen jaren aanmerkelijk dover waren geworden. Dat kán, maar het is ook een trucje. Reclamemakers eisen dat hun boodschap stérk overkomt. Ze hebben zelf al gekozen voor héldere beelden en meestal een spot met over elkaar heen rollende shots. Maar van de Tv-zenders éisen zij dat hun boodschappen ook lúid zijn! Volgens de regels mag de reclameboodschap niet boven een bepaalde geluidsgrens uitkomen. Maar dáar hebben ze hun oplossing bedacht. De reclamemakers zorgen dat ze stéeds tegen dat plafond zitten. En de truc is om de film wat záchter te zetten, zodat hún boodschap nóg harder overkomt. Maar, het zijn níet de béste boodschappen die hárd overkomen...

Vandaag wordt de beloofde Knecht van de Heer uit Jesaja zichtbaar. Nee, het is niet Johannes de Doper. Johannes’ stem klinkt door héel Jeruzalem en Judea. Johannes moet de boodschap nog van de daken schreeuwen. De boodschap van God is immers zwaar overstemd door ál die andere geluiden. ‘Nee, ík ben het niet.’ zegt Johannes. ‘Ík niet!’

‘Zie, mijn knecht, mijn uitverkorene.’ zegt God
’Ik heb mijn Geest op hém gelegd:
hij zal de volken het recht openbaren.
Hij zal niet schreeuwen noch zijn stem verheffen,
noch die op de straat doen horen.’

Ja, een Johannes - een Profeet is nódig. De weg des Heren moet voorbereid worden. Maar de wérkelijke boodschap - die wordt zácht gesproken. ‘Ik hou van je.’ blijkt de stem van de Messias te zeggen. ‘Het geeft niet, ik ben er bij - ik ben bíj je.’ ‘Al vóor je geboren werd heb ik je al bij je naam genoemd.’ En als het goed is heeft die stem wortel geschoten in het díepst van ons wezen.

Zoals de Messias óns roept - zó wordt Jezus daar zélf óok geroepen en gezalfd. Het is een róep - bíjna zonder geluid. Als we Matteüs mogen geloven dan is het eigenlijk iets tussen God, Johannes en Jezus. Johannes zíet het gebeuren. Maar het is níet de stem van de donder bij de berg Sinaï. Het is meer de ruisende stilte waarin Elia Gods aanwezigheid mocht ervaren. In de stílte - dáar was God. En hier? Bij de doop in de Jordaan? Was het ‘t ruisen van het water - of het ruisen van de vleugels van de duif? Of was het de stem van God in de stilte? Wie oren heeft om te horen - díe heeft het gehoord. Eén van de béste berichten voor deze wereld klinkt... daar... in de stilte.

Als we even afstand nemen van de wereld - als we ons even niet laten meenemen in de deinende massa die we samen vormen - dan worden ons onze ángsten vaak zó hélder. Daarom draaien we de knop het liefst maar weer wat harder en voegen ons weer in de rijen:

‘En we praten en we zingen en we lachen allemaal, want daar achter de hoge bergen ligt het land van Maas en Waal.’ waarmee de wereld z’n soms dwaze en carnavaleske karakter overeind houdt. Voor de jongeren onder ons: dit is uit een lied van Boudewijn de Groot. Voor de nóg jongeren: je vindt hem wel op Wikipedia.

Maar Johannes de Doper - Johannes roept lúid op tot een bekering - een ómmekeer! ‘Het moet ánders in deze wereld! Op deze manier gaan we allemaal onze ondergang tegemoet! De bijl ligt al aan de wortel!’ En deze stem klinkt bóven al het andere uit. Het is de waarschuwing - het is de Profeet van God - Johannes is de heraut - en zijn boodschap komt óver. Mensen komen met de schrik in de benen en ze láten zich dopen. Het ís spectaculair. Het is magnifiek! Maar het is nog níet de goede boodschap.

Johannes haalt de mensen uit de stoet - uit de meute. Zélfs al zwelt het volk daar bij de Jordaan dan aan tot een níeuwe massa. Johannes ráakt de mensen. Johannes bereikt dat mensen hun eigen angsten onder ogen komen. Johannes wijst de mensen op hun eigen vervreemding. Ze zijn immers vervreemd van God, vervreemd van de ander en vervreemd van zichzelf!

Wíj - in onze wereld - wij zijn vervreemd van God, van onze naaste en van onszelf. En wie durft het onder ogen te komen? De eigen angsten en vertwijfeling? Sóms zijn het de mensen in de wachtkamer van de GGZ-instelling, de psychiater of therapeut. Als het niet anders meer kán. Soms zijn het de mensen die een weg zoeken in het geloof. De angst en vervreemding onder ogen moeten zien. Ja, dat is wat Johannes zichtbaar maakt, daar aan de rand van de woestijn.

En Johannes wijst ook een uitweg. Hij staat niet voor niets aan de grens van het beloofde land en de woestijn! In de woestijn - daar kun je Gód ontmoeten - ín de stilte. In het beloofde land is de stem van God nauwelijks meer te horen tussen alle geluid en overdaad. Gods stem is weggedrukt in alle herrie van de handel en zelfs in alle religieuze rumoer. Ja, ook religie - ook godsdienst kan een probaat middel zijn om mensen van God weg te houden. Dat was in Jeruzalem zo. En bij ons is het niet anders.

Maar, de béste dingen worden immers zácht gezegd. Met Kerst vierden wij de geboorte van een kínd - een kwétsbaar kind. Geboren op een plek die we deze winter kunnen vergelijken met de tenten in een vluchtelingenkamp. Het kind in Bethlehem is net als al die kinderen daar een anoniem kind. Maar vandáag - bij de doop in de Jordaan wordt dit kind - deze man zíchtbaar! Althans - voor wie het wil zien. En de stem van God spreekt het uit: ‘Zie, mijn knecht, mijn uitverkorene. Hij zal de volken het récht openbaren.’ Gods stem spreekt het uit voor wie het horen wil. Maar, hij zal het níet van de daken roepen! ‘Hij zal niet schreeuwen noch zijn stem verheffen, noch die op de straat doen horen.’

In onze tijd zijn zóvelen van ons onzeker. Onzeker over hun toekomst - onzeker over het uitzicht voor hun kinderen. Corona, milieu, klimaat. En daarnaast zoeken zoveel mensen onderdak op andere plekken op deze wereld - ook tussen óns. Zij ontvluchten de massa in hun eigen omgeving en vormen een nieuwe massa - zoals het volk bij Johannes aan de Jordaan. En velen van ons zijn onzeker over hoe het híer verder moet. Hoe vinden die vreemdelingen onder ons hun plek? Hoe vind ík mijn plek?!

Velen van ons zijn onzeker in het eigen bestaan. In vergelijking met grote delen van de wereld gaat het nog altijd góed in Nederland! Maar het lijkt wel alsof er nog nooit zoveel mensen zijn geweest die zich níet happy voelen. Dat is niet enkel ‘Corona’. Mensen, die niet lekker in hun vel zitten, die opgebrand zijn in hun werk. Mensen die geconfronteerd worden met hun eigen angsten en onzekerheid. En die angst en onzekerheid overheerst dan élk góed geluid.

Kan Johannes de Doper er nog overheen stemmen?! Breekt dat nog door?! Lukt dat vandaag? Maar, zélfs dán - Johannes’ krachtige oproep is uiteindelijk alleen nog maar de weg die gebaand moet worden voor een ánder geluid. De wérkelijke boodschap - die wordt zácht gesproken. ‘Ik hou van je.’ ‘Het geeft niet, ik ben er bij - ik ben bíj je.’ Is dat immers niet wat de heilige Godsnaam zegt: JHWH - Ik ben er bíj - Ik ben er in betrokken. En Hij zegt: ‘Al vóor je geboren werd heb ik je al bij je naam genoemd.’ Híj zal niet schreeuwen noch zijn stem verheffen. Het is een úitnodiging. En wie het wíl horen - die zal het horen - in de stilte. Amen.



 

Naar het overzicht