Nieuwsbericht toevoegen Agenda-item toevoegen

Ds. Jan Willem Leurgans '...mannen en vrouwen die van de weg waren...'

Ds. Jan Willem Leurgans, predikant in de Protestantse gemeente De Stroom uit Moordrecht  schrijf in het kerkblad ‘Onderweg’ van juli over Handelingen 9: 2 en zijn aankomende vertrek naar Ermelo.

Normaal gesproken zie ik altijd uit naar de grote vakantie. Er zijn minder vergaderingen en ik ben meer avonden vrij. Meestal trekken we er ook een paar weken op uit in het binnen - of buitenland. Dit zijn vaak mooie weken, waarin we meer tijd hebben voor elkaar dan in de hectiek van het leven van alledag.

Dit jaar is alles anders. We gaan midden in de zomervakantie verhuizen. We hopen in Ermelo in de zomervakantie ook tijd met elkaar door te brengen, maar we zullen ook veel aan het klussen zijn in ons nieuwe huis.

Nu is niet alleen voor ons de zomervakantie anders dan anders. Dit is voor u net zo. De tijd er naar toe was onzeker. Misschien heb je je wel afgevraagd: zal ik dit jaar wel naar Frankrijk kunnen? Zullen de grenzen wel opengaan? Of je denkt bij je zelf: 'de grenzen zijn wel open, maar is het veilig?'

Op weg gaan, reizen, zit ons mensen in het bloed. Vaak doen we dit vanzelfsprekend. Maar dit vanzelfsprekende is er inmiddels wel af. We overwegen of we wel op vakantie gaan en denkt na of we met een mondkapje in de bus of trein willen stappen.

Een christen is een reiziger. De eerste gelovigen werden wel 'mensen van de weg' genoemd. Het christendom wordt dus gezien als een weg, een levenswijze. Wanneer je op weg, onderweg bent, ben je in beweging en sta je niet stil.

We weten niet wat juist is, welke weg we moeten bewandelen. Gaan we op reis of niet? Of de juiste keuze hebben gemaakt, zal achteraf blijken. Dit geldt ook voor ons reis naar Ermelo.

Christenen geloven wel dat ze op de juiste Weg zijn gezet. De weg van Jezus, die over zichzelf zegt: Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Als je met Hem reist, zit je goed.

Van dit Godsvertrouwen getuigt het indrukwekkende reisgebed van Gerard Reve.

 

O God,
Ik sta op het punt op reis te gaan.
Ik weet niet, of het misschien mijn laatste reis is.
Ik wil U liefhebben.
Ik hoop, dat ik onderweg niemand enig ongeluk
of ander kwaad zal berokkenen.
Ik wil proberen niet, of veel minder, te drinken.
Ik sta voor U.
Ik weet, dat ik, of ik veilig zal aankomen,
dan wel onderweg verwonding, ziekte of dood
zal vinden,
U altijd toebehoor.
Want in leven en sterven zijt Gij in mij en ben ik
in U.
Ik ga nu weg.
Vaarwel, o God.

 

Naar het overzicht