Nieuwsbericht toevoegen Agenda-item toevoegen

Ds. Van der Plicht ‘Want wij staan in Zijn handen gegrift ‘

Geschreven op

Ds. Rob van der Plicht is predikant in de Dorpskerk in Moordrecht en hij sprak op gedachteniszondag over Jesaja 49: 14-16 en Johannes 20: 19-21a.

Het is de 6e eeuw voor Christus, het volk Israël is deels in ballingschap, Jeruzalem is verwoest, de muren er omheen zijn een ruïne. Het is een tijd zonder hoop, het volk voelt zich door God vergeten. En dan schrijft Jesaja: zou een vrouw haar kind vergeten? En als een moeder dat al niet kan, hoeveel te meer God dan niet? En dan legt hij dat verder uit in een prachtig beeld: ‘God heeft u en jou in zijn handpalm gegrift’.

U kent dat wel, je moet een telefoonnummer onthouden. Je schrijft het even snel op je hand. Een paar keer goed je handen wassen en het verdwijnt weer. Maar wat Jesaja hier over God schrijft verdwijnt niet. Het is er in gegrift, zoals een tatoeage. In de tijd van Jesaja kerfden ze die met een scherp voorwerp in de huid. Vervolgens wreven ze er as in, zodat er niet meer uit ging.

De naam van een ander op je huid schrijven veronderstelt een hechte band. De naam van een geliefde, of van je kinderen. Die hechte band is er wat God betreft dus ook als Hij onze naam in zijn handpalm heeft gegrift. De naam van hen die ons ontvallen zijn, maar ook uw naam en jouw naam. Steeds weer ziet God die naam staan, wordt Hij aan eraan herinnerd. Als je je eenzaam voelt, als het donker om je heen is, als je het even niet meer ziet zitten, als het verdriet pijn doet, dan staat je naam gegraveerd in Gods hand.

En die handen heeft God altijd bij zich. Hij kán ons niet vergeten. Hij kán niet van ons loskomen! Oók niet in onze ellende en in ons verdriet. Want als Hij onze naam in zijn hand ziet staan, dan voelt Hij als het ware de pijn van de kloppende wond in Zijn eigen hand.

Wat Jesaja in zijn profetie voorspelt, komt in Jezus tot werkelijkheid. Jezus, de Zoon van God, die als mens op aarde is gekomen, om onder ons én voor ons te leven. Het kostte Hem Zijn leven, aan het kruis. Maar op de derde dag werd Hij opgewekt uit de dood in een nieuw leven. Het verhaal in Johannes 20 gaat daarover. De leerlingen van Jezus zijn in Jeruzalem bij elkaar. En als Jezus dan plotseling in hun midden staat, dan laat Jezus hen de wonden in zijn handen zien. De spijkers waarmee Hij aan het kruis is geslagen, ze hadden die handen niet  gegrift, nee, ze waren er dwars doorheen gegaan. Met zijn eigen bloed staan wij in de handen van Jezus gekerfd. God heeft zichzelf niet gespaard om onze naam in zijn hand te schrijven.

Die kruiswonden bleven na zijn opstanding littekens in Zijn handen. Een onuitwisbaar,  zichtbaar teken van zijn liefde voor ons! Náást de pijn die in uw en jouw leven is gekrast, staan de littekens van het kruis. Nooit, zeggen die littekens … nooit kán en zál Ik dáárdoor jouw verdriet, jouw pijn, jouw ellende vergeten! Nooit!              

Dáárom kon Israël in die benauwende tijd van hun geschiedenis moed vatten. Daarom mogen wij moed vatten, als de gebeurtenissen van deze tijd ons benauwen. Daarom mag u, mag jij, moed vatten als wij geconfronteerd worden met de dood in ons eigen leven.

Want het lijden, de pijn en het verdriet in de wereld en ins ons leven, ze zijn realiteit. Maar niet uitzichtloos! Immers: voor God hebben niet het lijden, het verdriet of de dood het laatste woord, maar het LEVEN! Daarom ligt er - ondanks de duisternis die er kan zijn - een toekomst voor ons open, die we samen met God mogen ingaan. Daarom is het de komende weken Advent, de verwachting van de komst van de Heer Jezus Christus. Om niet te vergeten, dat God ons nooit vergeet! Want wij staan in Zijn handen gegrift. Die handen strekt God naar ons uit. Zijn doorboorde handen, waarin onze namen niet alleen zijn geschreven, maar die ons ook omvatten. Die handen mag  je vastgrijpen en vast blijven houden. Wat er ook gebeurt in je leven. Want je kunt nooit dieper vallen dan in Gods eigen hand.

 

 

Naar het overzicht