Nieuwsbericht toevoegen Agenda-item toevoegen

Ds. Van Vreeswijk ‘Dat Koninkrijk van U, weet U wel, wordt dat nog wat?’

Geschreven op

Ds. D. van Vreeswijk, Protestants predikant in de Dorpskerk in Zevenhuizen, schreef onderstaande overweging in de mei editie van hun kerkblad.

In de kring van de discipelen wordt vraag gesteld. ‘Heer, gaat u dan binnen afzienbare tijd het koningschap over Israël herstellen?’ Is deze vraag van de discipelen er één uit nieuwsgierigheid? ‘HERE God, vertel eens, wanneer? Dan kan ik het inplannen?’ Of is het een vraag uit angst, angst dat het koningschap voor Israël er niet zal komen? En daardoor misschien ook wel een verwijt, een verwijt naar God toe? ‘Dat Koninkrijk van U, weet U wel, wordt dat nog wat?’ Of is het juist een vraag vanuit een soort verslagenheid, verbijstering? ‘HERE God, zal in deze tijd, .. .. in deze tijd dat koningschap van U ooit nog gestalte krijgen?’ Jezus reageert op de vraag van de discipelen. Vanzelf[1]sprekend. En Hij doet dat niet door daar negatief op te antwoorden. Maar Hij zeg wel een aantal dingen.

De HERE Jezus zegt in zijn antwoord iets over de tijd. Want daar hebben de discipelen toch naar gevraagd? Is het in deze tijd? Nou in zijn antwoord wil Jezus hen en ons behoeden voor elke vorm van een berekend eindtijdscenario. ‘Het is niet jullie zaak om te weten wat de Vader in zijn macht heeft vastgesteld over de tijd en het ogenblik waarop deze gebeurtenissen zullen plaatsvinden.’ Jezus zegt dus niet, je moet je er niet mee bemoeien. Nee, je kunt het met een gerust hart aan de Vader overlaten. Aan de Vader!! Aan Hem die de overmacht heeft. Aan Hem die sterker is dan ziekte, een virus, dan de dood. Aan Hem die Zijn aanwezigheid belooft Het koninkrijk raakt in Jezus’ antwoord aan zijn leerlingen dus niet uit beeld. De Vader gaat erover, maar dat betekent Jezus zegt niet: ga er maar op zitten te wachten, wacht maar af. Want, en dat is dan juist het frappante, ze worden daarbij ook ingeschakeld. ‘Jullie zullen mijn getuigen zijn.. .’ Jullie zullen mijn getuigen zijn.

Dat klinkt als een opdracht. Maar het is vooral een belofte. Jullie zullen, en het zal dus gebeuren. De Geest zal je doen getuigen, dat is Zijn gave. Door middel van deze mensen, die van Hem gaan getuigen, wordt het koninkrijk van God zichtbaar. En de Vader heeft niet alleen de tijden in Zijn hand, hij heeft ook alle volken op het oog. Het gaat in steeds wijdere cirkels. Jeruzalem. Maar ze moeten verder eropuit. Naar heel Judea en Samaria. En dan nog verder: tot aan de uiteinden van de wereld. ‘Jullie zullen mijn getuigen zijn ..’. En het is nog werkelijkheid geworden ook! En dat geldt nog steeds. Juist zij, die weten van verbazing, van aanvechting, van verwachting. Juist zij die die vraag durven te stellen, ‘Here, herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Israël?’, die zijn bruikbaar in Zijn dienst. Ik? Ik word heen en weer geslingerd tussen de vertwijfeling en de verwachting? Moet ik? Ja. Maar kan ik dat dan? Hoe moet ik dan dat doen? Nou, dankzij die belofte van God. Dat de Heilige Geest je de kracht zal geven. Kracht om ondanks al die vragen, die vertwijfeling, dat je lijdt aan de gebrokenheid; kracht om staande te blijven. Om getuige te zijn van de verwachting dat Zijn koninkrijk zal komen.

Naar het overzicht