Aardbeiklaver is niet passief
Aardbeiklaver (Trifolium fragiferum) is een plantensoort uit de vlinderbloemenfamilie (Fabaceae). De botanische naam van het geslacht Trifolium is een samentrekking van het Latijnse tres ('drie') of ter ('driemaal') en folium ('blad'), doordat de bladeren uit drie deelblaadjes bestaan. De soortaanduiding fragíferum betekent 'aardbeidragend', en is opgebouwd uit de Latijnse woorden fraga ('aardbeien') en ferre ('dragen'). De soortaanduiding verwijst naar het opgeblazen vruchthoofdje van de soort, dat oppervlakkig doet denken aan een aardbei. Aardbeiklaver is een overblijvende kruidachtige plant die een hoogte kan bereiken van 5–25 cm. De plant is moeilijk te onderscheiden van de Witte klaver wanner er geen vruchten aan zitten. Hij groeit in de volle zon en houd van een licht zilte zandgrond. Dat is de reden dat u hem weinig ziet anders dan in de duinen en zeeland. Net als bij andere soorten uit de vlinderbloemenfamilie, bevinden zich in stikstofwortelknolletjes de bacteriën (behorend tot een stam van Rhizobium die verantwoordelijk zijn voor het binden van stikstof en die er zo voor zorgen dat de plant zelfs kan groeien als er weinig nitraat in de bodem beschikbaar is.
De Aardbeiklaver komt niet rechtstreeks voor in de Bijbel, maar combineert in de christelijke kunst- en plantensymboliek de diepere betekenissen van klaver de Drie-eenheid en de aardbei nederigheid en het hemelse paradijs. Net als andere klaversoorten heeft de aardbeiklaver een uit drie delen bestaan (drietallig) blad. In de christelijke traditie staat dit al eeuwenlang symbool voor de Heilige Drie-eenheid van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Na de bloei zwellen de kelken van de aardbeiklaver op, waardoor het vruchthoofdje sterk op een kleine aardbei gaat lijken. De aardbei zelf werd in de middeleeuwse en vroege Vlaamse schilderkunst gezien als een "hemelse vrucht" die verwijst naar de zoetheid van het paradijs. Omdat klaver en aardbeiplanten laag bij de grond blijven, verbeelden ze ook de deugd van deemoed en nederigheid. Hoewel deugd een verzamelwoord is voor allerlei goede eigenschappen wijst het in de Bijbel vaak naar de liefde. Liefde is geen passief gevoel, maar een actieve keuze die zich kenmerkt door trouw, vergeving en dienstbaarheid.
“Gij zult de Heere, uw God, liefhebben met geheel uw hart.” staat in Mattheus 22:37-39 en op bijbelassistent.nl schreef men het volgende erover ”Jezus vat de hele wet samen in twee liefdesgeboden. Het eerste gebod richt zich op de verticale relatie met God: Hem liefhebben met heel het hart, de ziel en het verstand — een totale, onverdeelde toewijding. Het tweede richt zich op de horizontale relatie met de medemens: de naaste liefhebben als uzelf. Het woord "als uzelf" veronderstelt een gezonde zelfaanvaarding die geworteld is in het besef geliefd te zijn door God. Samen vormen deze twee geboden het kompas voor het christelijk leven. Alle andere geboden en alle profeten hangen aan deze twee, zegt Jezus — zij zijn de kern waaruit al het andere voortkomt.”