Nieuwsbericht toevoegen Overdenking toevoegen Agenda-item toevoegen

Amandelboom is een afgehouwen stronk

De Amandelboom (Prunus amygdalus) is een boom uit de rozenfamilie  waarvan de steenvrucht  als amandel wordt gewonnen. De boom groeit als een kleine loofboom. De amandelboom is een kleine bladverliezende loofboom die van nature in bergachtige gebieden groeit, meestal tussen 700 en 1700 meter hoogte. De boom gedijt het best op zonnige hellingen op rotsachtige bodem in een mediterraan klimaat met warme droge zomers en milde, natte winters. De amandelboom vormt steenvruchten waarin een amandel zich ontwikkelt. Gemiddeld geeft ongeveer 20% van de bloemen een noot. De boom is gelieft vanwege bloei in het vroege voorjaar.

In de Bijbel is de Amandelboom een krachtig symbool van waakzaamheid, Gods trouw en een nieuw begin. Omdat de boom in het Midden-Oosten al heel vroeg in de winter (januari/februari) als eerste bloeit met wit-roze bloesems, staat hij voor een spoedige vervulling van Gods beloften. In Jeremia 1:11-12 laat God een amandeltak zien aan de profeet. Dit is een woordspeling in het Hebreeuws: shaked (Amandelboom) lijkt op shoked (wakker/waakzaam). God zegt hiermee dat Hij waakt over Zijn woord om het te doen uitkomen. In Numeri 17 brengt de dode staf van Aäron op een wonderlijke manier amandelbloesems en vruchten voort. Dit bevestigt Gods keuze voor Aäron als hogepriester en symboliseert leven uit dood hout en Gods levende gezag. De olielampen op de gouden kandelaar (de Menora) in de tabernakel hadden de vorm van amandelbloemen zo valt te lezen in Exodus 25:33. In Jesaja 11:1 wordt de Messias beschreven als een rijsje dat voortkomt uit de afgehouwen stronk van Isaï, en een scheut die uit zijn wortelen zal voortkomen. Uit een doodlopende, afgekapte dynastie, namelijk een dode boomstronk, laat God het nieuwe koninkrijk opwerpen. Ontzagwekkend toch.

Naar het overzicht