Bij de Kardinaalsmuts spookt het
De Kardinaalsmuts (Euonymus) is een geslacht van ongeveer 180 soorten uit de Kardinaalsmutsfamilie (Celastraceae). Het geslacht bestaat uit bladverliezende struiken en kleine bomen. Het geslacht heeft een groot verspreidingsgebied in Europa, Azie, Australie en Amerika. De vrucht is een rozerode, vier- of vijfhokkige doosvruicht, die opensplijt waarbij de vlezige, oranje zaden tevoorschijn komen. De zaden worden door vogels gegeten, die de zaden na vertering weer uitscheiden waardoor deze verspreid worden.
![]()
Op dit moment zie overal Kardinaalsstruiken, vooral langs de Europalaan in Nieuwerkerk a/d IJssel, die door de rupsjes helemaal kaalgevreten worden en er blijft vrijwel geen blad over. Hun spinsels kunnen de hele struik inpakken. Zo’n kale struik met die spinsels en de trossen met rupsjes doen een beetje spookachtig aan. Dit wordt veroorzaakt door de Stippenmot. Vanwege die spinsels worden de Stippelmotten ook wel ‘Spinselmotten’ genoemd. Voor mensen vormen ze geen gevaar en ook niet voor de struiken nadat de rupsen uitgevreten zijn en zich verpopt hebben, vormen de struiken weer nieuw blad tegen SintJansdag (geboortedag van Johannes de Doper, 24 juni): de nieuwe bebladerde loten noemt men dan ook wel “SintJansloten”.
De kardinaalsmuts (Euonymus europaeus) komt niet specifiek met naam voor in de Bijbel. In de christelijke en liturgische symboliek wordt de struik echter soms gebruikt om te wijzen op geestelijke waakzaamheid, de Drie-eenheid en de schepping. De Nederlandse naam verwijst naar het hoofddeksel van een kardinaal, de 'baret'. Binnen een kerkelijke context kan dit staan voor geestelijk leiderschap, toewijding en waardigheid. De rozerode doosvrucht splijt open in vier of soms vijf kleppen, waartoe de oranje zaden (zaadrok) zichtbaar worden. De drielobbige of vierlobbige vorm van het 'mutsje' wordt in sommige christelijke tradities wel eens gelinkt aan de Drie-eenheid (Vader, Zoon en Heilige Geest) of de vier windstreken van Gods schepping. Vereisten voor leiderschap zoals genoemd in 1 Timotheüs 3 omschreven termen van iemands levenswandel, integriteit, zelfbeheersing en nederigheid. Anders dan in onze wereld, het staat er zelf haaks op, waar men eerder zoekt naar iemands talenten of managementcapaciteiten.