De Reuzebalsemien is kostbaar als goud
Reuzebalsemien of springbalsemien (Impatiens glandulifera) is een eenjarige plant die tot 2,5 m hoog wordt. De plant heeft opvallende grote bloemen, die van juli tot september bloeien met een lila, roze of lichtgele tot witte kleur. Rond 1850 werd de soort vanuit Noord-India geïntroduceerd in Europa. Vanaf 1915 is de plant in Europa als invasie soort gaan verwilderen. Sinds 2017 is de soort opgenomen op de lijst van invasieve soorten die zorgwekkend zijn voor de Europese Unie. Dit houdt onder andere in dat de plant niet meer geïmporteerd, gekweekt, vervoerd of verkocht mag worden in alle Europese lidstaten. De plant groeit graag langs of in de buurt van water. Langs sloten, greppels en beken kan men hem aantreffen. Wel moet de bodem stikstofrijk en basisch zijn. De verspreiding van de zaden vindt mechanisch plaats, wanneer de rijpe vrucht wordt aangeraakt, rollen de vijf delen hiervan zich op en schieten zo de zaden weg. Tegelijkertijd valt de vrucht van de plant af. In Nederland is de Reuzenbalsemien een van de "Big Five" van de ongewenste landplanten, samen met de Amerikaanse vogelkers (Prunus serotina), de Japanse duizenknoop (Fallopia japonica), de Reuzenberenklauw (Heracleum mantegazzianum) en de Hemelboom (Ailanthus altissima). Wie in de zomer de Biesbos bezoekt ruikt de plant al van verre. In deze contreien gedijt de plant enorm goed en dat is goed te zien aan de kleurrijke oevers. Met dat verschil dat het Oranje springkruid, het familielid, hier ook groeit echter deze valt minder op omdat ze zeldzaam is. De plant heeft inmiddels ook het Hitland gebied bereikt alwaar hij ook te bewonderen is.
![]()
Reuze balsemien komt niet rechtstreeks in de Bijbel voor en is in de 19e eeuw vanuit de Himalaya naar Europa is gehaald. Wel dankt de plant haar naam en symboliek met de balsem uit de Bijbel. In de Bijbel staat balsem, met name de Balsem van Gilead, symbool voor geestelijke genezing en troost voor de ziel "Is er geen balsem in Gilead?" zo lezen we in Jeremia 8:22. Balsem werd gezien als een uiterst kostbaar goed, net zo waardevol als goud. In 2 Korintiërs 1 lezen we: “Geprezen zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, de Vader die zich over ons ontfermt, de God die ons altijd troost en ons in al onze ellende moed geeft, zodat wij door de troost die wijzelf van God ontvangen, anderen in al hun ellende moed kunnen geven.” God is er altijd bij met woorden als balsem die wegen als goud.