De Zonnebloem is verdienstelijk
De Zonnebloem (Helianthus annuus) is een tot 3 meter hoge, eenjarige plant uit de composietenfamilie (Asteraceae). De Zonnebloemen komen oorspronkelijk uit Amerika. De zonnebloem is een cultuurplant, die gemakkelijk in de tuin gekweekt kan worden uit een pit. De zonnebloem kan gekweekt worden op elke goed gedraineerde grondsoort. De zonnebloem bloeit van juli tot oktober. Een plant kan dan meerdere bloem-hoofden voortbrengen. Het bloemhoofd kan een diameter krijgen tot 30 cm. Onvolgroeide planten waarvan de bloemknop nog niet geopend is, vertonen heliotropisme: overdag draait de bloemknop op zonnige dagen mee met de zon. 's Nachts keert de bloemknop terug naar de oostelijke stand. Daardoor wijzen bloeiende zonnebloemen de hele dag naar het oosten. Zonnebloemen worden vooral gekweekt om zonnebloemolie uit de pitten te winnen. De olie wordt veel gebruikt in de keuken en als basis voor allerlei producten waarin plantaardige olie wordt verwerkt, zoals margarine. De olie bevat veel onverzadigde vetzuren en kan, omdat deze goed bestand is tegen hitte, voor frituren gebruikt worden. Zonnebloemolie bevat linolzuur, dat het cholesterolgehalte in het bloed verlaagt. De zaden kunnen ongepeld of gepeld, rauw of geroosterd worden gegeten.
De Zonnebloem zelf komt niet letterlijk in de Bijbel voor omdat deze oorspronkelijk uit Noord-Amerika komt. Toch wordt de bloem vaak gebruikt in christelijke kunst en verhalen vanwege haar krachtige, geestelijke betekenis over geloof en toewijding. In Mattheus 32 lezen we: “Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand.” Toegewijd zijn betekent dat ons zelf o.a. inzetten voor het werk van Christus, voor het uitdragen van Zijn woorden en werken en Hem volgen in dienstbaarheid. In 2 Korinthe 5 schrijft Paulus: “En voor allen is Hij gestorven, opdat zij, die leven, niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem, die voor hen gestorven is en opgewekt.” Geen makkelijke opdracht voor ons maar in Hebreeën 11 staat dat God degenen beloont die Hem oprecht en met geloof zoeken. Waarbij ons zoeken van God niet onze verdienste is, maar het werk van Hem in ons hart. Zoals in Romeinen 3:11-12 is uitgelegd, zoekt de mens God niet van nature; het verlangen om Hem te zoeken is een gave. De beloning die God geeft, is dus niet een tegenprestatie voor ons geloof, maar een vervulling van Zijn eigen belofte.