Nieuwsbericht toevoegen Overdenking toevoegen Agenda-item toevoegen

Duifkruid is geestig

Duifkruid (Scabiosa columbaria) is een plantensoort uit de kamperfoeliefamilie (Caprifoliaceae). Het soort dat sterke gelijkenis vertoont met het al even zeldzame Beemdkroon soort staat op de rode lijst van planten. Duifkruid is een vaste kruidachtige plant die voorkomt op de  kalkgraslanden in Zuid-Limburg. Niet te verwarren met de gecultiveerde soorten die op dit moment in onze tuinen bloeit. Zijn bodemvoorkeur verraad al dat het een lastige plant is om te houden in onze met voornalijk bedekte rivierklei.

Duifkruid dankt zijn naam aan de sierlijke, vederlichte bloemblaadjes die doen denken aan het verenkleed van een duif. In de Bijbelse en christelijke symboliek staat de bloem voornamelijk symbool voor de Heilige Geest, zuiverheid, geduld en pure liefde. De bloem wordt in liturgisch bloemstukken vaak gebruikt als verbeelding van de Heilige Geest en Zijn aanwezigheid. Over die Geest zegt de Nieuwe Bijbelvertaling: “De werking van de heilige Geest is een van de centrale thema’s van de Bijbel – en een van de ongrijpbaarste. ‘Vader’ en ‘Zoon’ zijn beelden die aansluiten bij de alledaagse werkelijkheid. De beelden die worden gebruikt voor de Geest zijn echter heel verschillend: wind, adem, duif, vuur, zalving, doop, zegel, kracht, profetie en nog veel meer. Zo’n veelheid van beelden lijkt vaag en verwarrend. Om samenhang te zien moet de oorspronkelijke betekenis van het woord voor ‘geest’ niet vergeten worden. Het Hebreeuwse woord roeach betekent hetzelfde als het Griekse pneuma en het Latijnse spiritus: lucht in beweging, wind, adem. De oude Israëlieten ervoeren de wind als een onzichtbare, onstoffelijke, onvatbare maar alomvattende, levende kracht. De wind was voor hen de geheimzinnige maar ook voelbare aanwezigheid van God in de wereld.

Bovendien zagen ze dat mens en dier zonder diezelfde lucht niet kunnen leven. Roeach gold dan ook als Gods bezielende kracht bij uitstek. In de Bijbel wordt de geest van God dan ook overal ter sprake gebracht waar mensen Gods levenschenkende en reddende kracht ervaren. Dit kan op heel verschillende ma nieren: Gods geest bezielt helden, schenkt de overwinning, inspireert Mozes en de profeten, en blaast nieuw leven in het verbannen en wanhopige Israël (Ezechiël 37). In het Nieuwe Testament is de betekenis van ‘geest’ uitgebreid, maar de oorspronkelijke betekenis is nooit echt losgelaten. Dat is bijvoorbeeld duidelijk bij de windvlaag die het wonder van het Pinksterfeest aankondigt (Handelingen 2:2) of bij de adem die Jezus over de leerlingen heen blaast (Johannes 20:22). Tegelijk is de heilige Geest ook de ‘kracht van de Allerhoogste’ die de Zoon van God verwekt in de schoot van zijn moeder (Lucas 1:35), die Jezus vervult en leidt (Lucas 4:1, 14) en die in de gelovigen woont (1 Korintiërs 6:19). Als de leerlingen Jezus als messias erkennen, gaan ze zijn leven, dood en verrijzenis helemaal zien als het werk van Gods heilige Geest. De auteurs van het Nieuwe Testament beschrijven hoe Jezus’ zending in de jonge kerk verdergaat en hoe het evangelie zich door alle hindernissen heen breekt. Ze beschouwen dat niet als de vrucht van menselijke inspanning, maar van de kracht van Gods Geest. Paulus maakt bijvoorbeeld consequent een onderscheid tussen sarx en pneuma, traditioneel vertaald als ‘vlees’ en ‘geest’. ‘Vlees’ staat voor alles wat alleen uit de menselijke natuur en de eigen kracht voorkomt: egoïsme, zonde, maar ook de natuurlijke voortplanting en het volbrengen van de wet.

De dood is de ultieme grens van het vlees. De ‘geest’ daarentegen associeert Paulus met alles wat verwijst naar Gods kracht: de belofte tot redding, opstanding en eeuwig leven, geloof en liefde (Galaten 4-5), alles wat sterker is dan de dood. Op hun eigen manier zien ook Lucas en Johannes alles wat met Jezus en de kerk te maken heeft, als werk van de Geest. De heilige Geest maakt het leven en de zending van de kerk mogelijk en bestendigt de aanwezigheid van Jezus Christus in de wereld. Voor Lucas is het Pinksterfeest, waarbij de leerlingen de Geest ontvangen, de start van de wereldwijde zending (Handelingen 2). Vooral de evangelist Johannes stelt de Geest voor als persoonlijk. Hij noemt hem de parakleet, de helper die bijstand geeft. De Geest is niet de Vader of de Zoon, maar God zelf is aan het werk waar de Geest werkt. Deze persoonlijke voorstelling zal later leiden tot de leer van de Drie-eenheid.”

 

 

Naar het overzicht