Kaasjeskruid is troosteloos
Kaasjeskruid (Malva) is een geslacht van kruidachtige planten uit de kaasjeskruidfamilie (Malvaceae). Het geslacht is met ongeveer vijftig soorten vertegenwoordigd in de gebieden van Afrika en Zuid-Europa. Verschillende soorten worden toegepast als tuinplant, bijvoorbeeld Groot- of Tuinkaasjeskruid. Andere worden beschouwd als ongewenst groen / onkruid. Ze gedragen zich daar als invasie soort wat wil zeggen dat de planten zich zo succesvol vestigen dat de lokale biodiversiteit bedreigd wordt.
In de Bijbel komt kaasjeskruid (waarschijnlijk bedoeld als het Hebreeuwse woord challâmûth) een keer voor, namelijk in Job 6:6. Daar gebruikt Job de plant als symbool voor smaakloos, teleurstellend en troosteloos voedsel – een metafoor voor de holle en pijnlijke woorden van zijn vrienden. Kaasjeskruid was in de oudheid een wilde plant die armen aten in tijden van schaarste omdat hij gemakkelijk groeide, maar hij mist de rijkdom van goed bereid voedsel. Je at dit alleen in tijden van nood. Omdat de plant rijk is aan slijmstoffen die keelpijn en ontstekingen verzachten, kreeg het in de kloostercultuur de symboliek voor verzachting van leed en innerlijke heelheid. In plaats van feestelijk brood of honing, krijg men in tijden van nood Alsem (Alsem hallucineert) en andere bittere kruiden (Cichorei een bitterkruid). Hongersnood komt met regelmaat voor in de Bijbel zowel fysiek als geestelijk. In Amos 8 wordt een hongersnood aangekondigd als straf op ongehoorzaamheid. Maar God is later in dat hoofdstuk ook genadig: “Zie, er komen dagen, spreekt de Heere HEERE, dat Ik honger in het land zal zenden; geen honger naar brood, geen dorst naar water, maar om de woorden van de HEERE te horen. In Psalm 42 staat: “dan smacht mijn ziel naar God”. Honger, verlangen, smachten begrippen die in onze samenleving eerder aan invloed, macht en geld worden gekoppeld dan aan God. Dan lees ik de woorden van Amos nog eens: “…. maar om de woorden van de HEERE te horen” Opwekking 818 omschrijft die genade zo: “Eenmaal, oog in oog met de Heer Jezus, kan genade heerlijker zijn? En U maakt ons anders en nieuw, op die dag.”