Nieuwsbericht toevoegen Overdenking toevoegen Agenda-item toevoegen

Kamperfoelie is welriekend

Kamperfoelie (Lonicera) is een geslacht van slingerplanten en struiken die inheems en algemeen zijn in Nederland en Europa. Het geslacht behoort tot de kamperfoeliefamilie (Caprifoliaceae). Sommige soorten slingeren zich om andere planten en bomen heen. Andere soorten zijn struiken. De bloemen hebben vooral 's avonds een sterke zoete geur. Ze zijn er in diverse soorten en kleuren, veelvoorkomend is de roze-rode en geel-witte vorm. De plant is vrij gemakkelijk te vermeerderen uit zomer- of winterstekken. Ook zijn er velen gecultiveerde soorten verkrijgbaar bij de tuincentra. De botanische naam Lonicera is ontleend aan de Duitse arts en botanicus Adam Lonitzer (Latijn: Adamus Lonicerus). Kamperfoelie wordt ook wel 'geitenblad' genoemd. Dat komt overeen met de naam van de familie Caprifoliaceae, in het Frans chèvrefeuille, Duits Geißblatt en Italiaans caprifoglio. De Nederlandse naam is een verbastering van de Italiaanse naam.

In sommige moderne vertalingen van de profeet Jesaja (zoals Jesaja 41:19 en 60:13) wordt kamperfoelie genoemd in de context van de woestijn die door God tot bloei wordt gebracht: "Ik laat in de wildernis den, kamperfoelie en cipres opschieten". Bijbelwetenschappers merken op dat het hier in de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst feitelijk om een verwante heester of sneeuwbalsoort (Viburnum) gaat, maar latere vertalers kozen de bekende naam kamperfoelie. Omdat de kamperfoelie zich als een klimplant krachtig om bomen en takken wikkelt, staat de plant symbool voor menselijke trouw en de onverbrekelijke band tussen de gelovige en God. De intense, zoete avondgeur van de bloemen wordt in de christelijke symboliek wel vergeleken met de ‘welriekende geur van Christus’ (Wat doet de geur van de Jasmijn met ons?). In de Bijbel hebben geuren vaak een diepe symbolische betekenis. Ze staan symbool voor gebeden die naar God opstijgen, de offerdienst, Zijn aanwezigheid en de levenswandel van gelovigen. Een lekkere geur drukt Gods welbehagen uit. Geuren die wijzen op Zijn aanwezigheid, Zijn goedkeuring net als in de berijming van Psalm 133: “Die liefdegeur moet elk tot liefde nopen, Als d' olie, die, van Arons hoofd gedropen, Zijn baard en klederzoom doortrekt; Z' is als de dauw, die Hermons kruin bedekt, Die Sions top met vruchtbaar vocht besproeit, En op zijn bergen nedervloeit.” In het korte derde vers staat: “Daar woont Hij Zelf, daar wordt Zijn heil verkregen, En 't leven tot in eeuwigheid.” We doen allemaal een luchtje op en vaak zeggen we ‘wat reuk je lekker’ maar ruiken we dan echt lekker?

 

 

Naar het overzicht