Slangenkruid bijt terug
Slangenkruid (Echium vulgare) is een een- of meerjarige plant uit de ruwbladigenfamilie (Boraginaceae). In Nederland komt de plant vooral voor in kalkrijke duinen, op warme, iets bemeste zandgrond. Hierbuiten is het een zeldzame plant, vooral in noordoostelijk Nederland. In Nederland komen twee soorten voor naast de gewone Slangenkruid komt ook de Weegbreeslangenkruid voor welke redelijk zeldzaam is. Volgens de lijfarts van de Romeinse keizer Nero helpt de wortel, indien met wijn gedronken, tegen slangenbeten. De wortel is in het verleden gebruikt als basis voor rode verf. De plant bevat pyrrolizidine alkaloïden en wat hem ongeschikt maakt om te eten. Het sap wordt als fytofarmaceutisch middel wel toegepast in kompressen ter bestrijding van steenpuisten.
Slangenkruid heeft geen directe vermelding in de Bijbel. Wel is de naam afgeleid van de slang van wie de historie al in het paradijs begint. De Latijnse naam voor Slangenkruid is Echium, afgeleid van het Griekse woord echis, dat adder of slang betekent. Vroeger dacht men dat de zaden van de plant leken op een slangenkop, of dat de bloem bescherming bood tegen slangenbeten. Het roep direct het beeld op van Mozes die de koperen slang omhoog houd in Numeri 21. Als het volk er naar keek bleef men in leven na een slangenbeet. In hetzelfde hoofdstuk lezen we wat God allemaal over had voor Zijn volk Israël. Na de bevrijding uit de slavernij van Egyptenaren, beschermde Hij ze tegen het leger van Farao en maakte een doorgang door de zee. Het volk bleef ondankbaar en klaagde over het manna uit de hemel een minachting van Zijn bescherming. Het gevolg daarvan waren giftige slangenbeten in de woestijn. Maar ook dan is er redding want God zei tegen Mozes: ‘laat een koperen slang maken en bevestig het op een staak. Als er iemand wordt gebeten, kan die naar de koperen slang kijken en blijven leven’. Hoeveel verder zijn wij als het volk in de woestijn. Ja, de redding is gebleven maar zijn wij zoveel beter als het volk toen? We kunnen er beschouwend naar kijken en ons hoofd schudden maar zijn wij niet één met hen. Gelukkig zorgt God voor Zijn volk toen en nu. Gered uit de slavernij, eten en bescherming tegen het gif. Het bekende gedicht voetstappen in het zand verwoord het zo: “De Heer keek toen vol liefde mij aan, en antwoordde op mijn vragen; "Mijn lieve kind, toen het moeilijk was, toen heb ik jou gedragen...".