Wondklaver gaat kopje onder
Wondklaver (Anthyllis vulneraria) is een overblijvend kruid uit de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae), die zich vaak als eenjarige plant gedraagt. Het woord 'wond-' in de naam geeft aan dat de plant in de volksgeneeskunde gebruikt werd om wonden te genezen. Het is een erg variabele soort: soms kruipt hij, soms groeit hij rechtop. De plant is bedekt met zilverkleurige haartjes. De bloem is normaal gesproken geel, maar kan ook oranje, rood of roze zijn. Aan zee komt zelfs een witte variant voor. De wondklaver komt voor op droge zand- en kalkhoudende grond, zoals in de duinen. In Nederland is de wondklaver vrij zeldzaam en zeker buiten de duingebieden.
Wondklaver komt niet direct bij naam voor in de Bijbel. De plant ontleent haar symbolische en religieuze betekenis voornamelijk aan de christelijke traditie, middeleeuwse kloostertuinen en de volksgeneeskunde. De Latijnse soortnaam vulneraria betekent letterlijk 'wondelixer' of 'heelmaker van wonden'. Vroeger werden de gedroogde bloemen en bladeren gebruikt om wonden te verzorgen. Vanwege de geneeskrachtige werking bij wonden werd de plant in de christelijke symboliek gezien als een teken van Gods zorg en de helende kracht van de schepping. Wondklaver werd aangeplant in traditionele kerktuinen en kloostertuinen als symbool van medische en goddelijke balsem voor de gebroken mens. God wijst de gebroken mens niet af. In Psalm 34:18 is de Heer juist nabij de mensen met een gebroken hart en redt Hij wie verslagen is. Gebrokenheid is de plek waar Gods genade begint. Ook Jona ging onderuit en kopje onder en het is bij ons vaak niet anders. Het kan je benauwen als het niet beter wordt. Juist dan wil God je hand pakken en je weer omhoogtrekken, net zoals Jezus doet als Petrus dreigt te verdwijnen in de hoge golven. Toch rijst in mij een lied van overwinning zegt opwekking 124: “Gelovend ga ik, eigen zwakheid voelend en telkens meer moet ik Uw kracht verstaan.”