De Sering is kwetsbaar
De Sering (Syringa vulgaris) is een plant uit de olijffamilie (Oleaceae). Het is een struik die vooral bekend is vanwege de aantrekkelijke, zoet geurende bloemen. De sering komt oorspronkelijk uit Zuidoost-Europa. Met name komt de plant in het wild voor op rotsachtige heuvelhellingen op de Balkan. Op veel plaatsen is de soort ingeburgerd. In tuinen komen allerlei gekweekte rassen voor met bloemkleuren die variëren van wit tot donkerpaars.
Hoewel de Sering zelf niet direct in de Bijbel wordt genoemd, sluit de symboliek ervan aan bij Bijbelse thema ’s over positieve, tedere waarden die passen bij de lente en vernieuwing. Tederheid in de Bijbel verwijst naar een zachte, mededogende en liefdevolle houding, zowel bij mensen als bij God, en wordt gezien als een deugd die verbonden is met goedertierenheid en kwetsbaarheid. Ds. G.C. Vreugdenhil schrijft hierover: “In Korintiërs horen we de apostel Paulus met klem zeggen: het is niet erg om kwetsbaar te zijn. Waarom niet? Omdat er dan in ons leven meer ruimte is voor de kracht van God! Als we kwetsbaar zijn dan is duidelijk dat we in alles op de kracht van God aangewezen zijn! En dat is niet zomaar een statement dat Paulus maakt. Vanachter zijn bureau. Nee, het is een persoonlijke worsteling van hem geweest. Hij was door God geroepen om het evangelie te verkondigen. “wij prediken niet onszelf maar Jezus Christus als Heer”. Dat was de passie van de apostel. God had de liefde van Jezus in zijn hart uitgestort. Die liefde wilde hij met alle mensen delen. Dat was zijn roeping. God had het licht laten schijnen in zijn hart. Alles was anders geworden. Hij had een geweldige schat van God ontvangen. Maar de weg die hij moest gaan was geen gemakkelijke weg. Achter Jezus aangaan betekende niet dat alles op rolletjes zou lopen en vanzelf zou gaan. Integendeel, de apostel kreeg met gebrokenheid en kwetsbaarheid te maken. Als was hij een aarden kruik.
Paulus gebruikt hier een woord dat ook in de archeologie gebruikt wordt: een ostracon. Een potscherf. Archeologen vinden in de grond soms resten van vorige beschavingen. Stukjes van pijpen of kruiken. Soms zie je ze in een museum staan: een kruik die weer netjes in elkaar gelijmd is. Ik ben een aarden kruik, zegt Paulus. Zo’n in elkaar gelijmde vaas.” Een prachtig beeld van de kwetsbare mens.